Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-08-23 10:00:00 ds. J. Geene (Katwijk) Mijn zegen op uw nakomelingen

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 44:3 Jes 44:1-22 2009-08-23.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)
2009-08-23C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.8Mb)
2009-08-23T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Mijn vader en mijn opa gingen voor de oorlog, het zal zo’n tachtig jaar geleden zijn, met de boot naar Rotterdam en kochten dan een broek bij een Joodse koopman, Lou Lap. Voor de oorlog woonden er vele Joden in Nederland. Mensen die behoorden tot het volk van God. Mijn vader vertelde me: toen zei opa,kijk daar boven daar zit de oude vader, boven de winkel, in een stoel met een boekrol heen en weer te bewegen. Mijn opa zei dan: denk erom, dat is Gods oogappel! Hij zorgt er in het bijzonder voor, Hij heeft het geroepen en uitverkoren, misschien heb je wel eens en stukje film van de klaagmuur in Jeruzalem gezien. Kwastjes onder hun jas, ze staan te bidden en reciteren de boekrol (de Bijbel). Dat is begonnen in de periode, waarvan we in het boek Jesaja hebben gelezen. De ballingschap. De Israëlieten hadden niet naar de Heere geluisterd. Ze waren afgeweken, bondgenootschappen met goddeloze koningen, zo moest Israël rijk en sterk worden, de tijden van Koning David zouden herleven? Maar het gebeurde niet, uiteraard.
Jesaja moest in de naam van God zeggen, dat de Heere Zijn volk zou straffen, als het naar Hem niet zou luisteren.

Ten tijde van Hizkia kwam er een opleving maar daarna werden de afgoden weer gediend. Het volk wordt gestraft. Nebukadnezar overwint Jeruzalem, en het volk wordt naar Babel gevoerd. Daar spreekt Jesaja over. Stel je voor dat wij hier in Rotterdam de vreemdelingen waren en alle anderen de autochtonen. In die wereldstad waren wel veel Joden, maar toch een minderheid, ze hadden geen tempel. Ze hadden boekrollen meegenomen. In Babel kwamen ze bijeen. Misschien in huiskamers. Er was altijd wel iemand die lezen kon en die het aan de kinderen leren kon. De Schriften werden voorgelezen. Het leren in de samenkomst, de synagoge, is zo ontstaan. Met minstens tien man bij één, dat is een dienst. Om God te ontmoeten.

Daar is ook deze boekrol gelezen. Net als die vader van Lou Lap. Niet blij dat zijn zoon op de Sabbat de winkel open deed. Geen tempel, geen openbare eredienst en toch het woord van God. Ik ben het Woord des levens. Het Woord is vlees geworden. Dat woord hebben zij niet geloofd. En Hij is gekruisigd, maar de belofte van God blijft, ook voor Israël. De Heere is bij machte om uit die lezing van Zijn woord de Christus te openbaren aan Zijn volk. Dat gans Israël zalig zal worden, daar bidden wij ook voor.

Die belofte geldt ook voor die gemeente die bij Israël wordt ingelijfd. Dat uit Abraham is gesproten. Voluit ook het evangelie van Jesaja. Zo zegt de Heere Uw Maker. Ook tegen ons.

Het volk had gezondigd tegen God en daarom had Hij het gestraft. Als je iets stouts hebt gedaan en je krijgt straf, dan staan de ogen van papa of mama verdrietig. De klap doet misschien niet eens zo’n pijn. Maar de ogen hebben verdriet. Dat doet meer pijn.

Israël heeft het misschien gedacht: nu is God zo boos, dat het niet meer goed komt. Jeschurun, een koosnaam – Ik heb u uitverkoren. Er kan niets meer tussen komen, Ik heb u getrokken uit de duisternis en Ik laat u niet meer varen. Vrees niet, Ik heb u uitverkoren. Verkiezende liefde. Zo’n God is Hij. Wij kunnen mensen laten vallen – ‘nu heeft hij het te bont gemaakt’. Maar Zijn liefde wortelt in Zijn hart. Daar kan niets tussen komen.

Misschien zit u op de puinhoop van uw bestaan. Aan de buitenkant ziet het er nog aardig uit. Verwikkeld in de zonde, het sleurt je mee, ‘nu is het verloren’. Het volk had er niet eens erg in, dat God hen tegen was.

Zie de Turkse en Marokkaanse jongens, die zich niet gedragen zoals de Koran hen voorschrijft. Zo was het met het gros van Israël, een enkeling las de boekrol.
Zo kwam het woord er toch. Kores zou er voor zorgen dat Jeruzalem weer voor de Joden werd. En ze mochten terug keren. Hoor, Mijn knecht Jakob.

Onze tekst begint met ‘want’. Het is de reden waarom ze niet hoeven te vrezen. Hij bevestigt het ermee. Vol troost en bemoediging. Het gaat achteruit met de kerk in Europa. Al die cijfers.. wat stelt de kerk nog voor? De kranten staan er vol van. Straks zal het met de protestantse kerk gedaan zijn. We leggen er maar al te vaak ons oor naar. Dan vertrouwen we Hem niet…. Het woord van God of het woord van de sociologen? Als we de Bijbel lezen..

Mensen zijn bang voor wat ze om zich heen zien, de macht van … vult u maar in. Soms denken we, wat hebben die mensen er voor over… Jesaja steekt er de draak mee: van het ene stuk boom maken ze een vuur en ze koken hun eten en zitten er warm bij. En van het andere deel maken ze een afgodsbeeld en daar knielt hij voor. “Red mij, want gij zijt mijn god”. Ze knielen voor een gruwel… en ze weten het niet. Ziet u het om u heen? Grote feesten met een religieus tintje. Jesaja steekt er de brand in. Dat woord moet ons vandaag wakker schudden. Dat we ons in geloof vast houden aan Gods woord en niet aan de afgoden van deze wereld. Daar hoef je niet met heel veel voor te zijn. Ik zal water gieten op de dorstigen en stromen op het droge, midden in de woestijn is het zo droog, daar groeit niets.

Soms regent het op het dorre zand in de woestijn, de volgende morgen en dan zie je vol verbazing de woestijn in bloei staan. Diep weg onder het zand zaten de zaden van de planten en bloemen. Langs de snelweg ziet u soms van die bloemen taptijen. – Alleen het bovenste laagje is er afgehaald, en daaronder zaten die zaden nog.
Als er water komt, dan zal het gaan bloeien.

Wat een verantwoordelijkheid dat we dit woord van de Heere horen; Uw Maker en Formeerder van buik af. U hoeft er niet voor gestudeerd te hebben: de stem horen: zo zegt de Heere. Daar gebeurt het. Als u samenkomt onder het woord van God. Als de Schriften worden uitgelegd en toegepast. Ik zal water gieten.
Dit vind zijn vervulling in Handelingen (2:18). God doet overal waar het woord klinkt. Vrees niet ik heb U verlost. Het woord kwam tot een volk dat van God niet meer wist. Dat zijn schuld en zonde niet meer erkende. Maar jullie: Ik ben de God die jullie Maker is. Wat een verantwoordelijkheid dat we dat woord mogen bezitten.

Mooi verhaal over opa en mijn vader, maar het is belangrijk, dat ik zo’n vader en opa had. Dat heb je niet voor het uitkiezen, nee, dat heeft God uitgekozen. Je bent de zoon of dochter van je vader en moeder. Want een wonder dat je met hen in de kerk zit. Of dat je weet dat ze elders gaan of dat je nog weet dat je met hen in de kerk kwam. We zijn niet meer met veel – daar kun je veel over zeggen. Deze prachtige kerk zat vroeger vol. Waren het betere tijden? Misschien, maar het gaat er om wat de Heere God doet en belooft en wat Hij kan. Ik zal mijn Geest op uw zaad gieten, gelooft u dat? Leeft u met die belofte? ‘Dat is toch al vervuld’? Ja, de Heilige Geest doet het SINDS die dag. Zo werkt Hij.

Daar leeft de kerk van, niet van de getallen van de wereld. Die hakken een boom in tweeën. Het maakt ons niet treurig, of depressief, maar het moet ons doen grijpen naar de belofte van God. Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten.

De doop zal hier binnenkort bediend worden. Dan laat God u er weer een plaatje bij zien. Dat is de kracht van Gods kerk. In welke omstandigheden we ook zijn. Waar ze ook is. Hoe ze ook in moeite is.

Volgende week zondag hoop ik in Wit Rusland te zijn. Ze kwamen samen toen het helemaal niet kon. ’s Winters las vader, of als hij in het kamp zat, moeder of als zij in het kamp zat een buurman, een preek, een stuk uit een dagboek, de Bijbel. In de zomer gingen ze de stad uit, tussen de bomen. De kinderen zongen een lied. 3,5 uur op een veilingkist. Het woord van God bleef hen nabij. De kerk van Christus draagt de kruisgestalte. Als we hem aanzagen zouden we hem niet begeerd hebben; een zooitje ongeregeld. Zijn ze dronken soms?

Dit is wat God geprofeteerd heeft, Ik zal Mijn Geest uitgieten op uw zaad. 3000 kwamen tot geloof. Maar velen ook niet. Wonder van genade als je er wel uit mag leven.
Een neger uit Ethiopië hoorde nergens bij, voor hem geen plaats. Een gesnedene, en hij kocht een boekrok. En Filippus verkondigde hem Christus. Mijn Zegen op uw nakomelingen. Ze zullen komen en toegebracht worden. Hoop op God want ik zal Hem nog loven.

Daar word je mee behouden. Die Schare die niemand tellen ken. Een zegen als je het aan de weet bent gekomen. Uw zegen op onze nakomelingen. ‘ik breng er niets van terecht dominee’. Dat kan ik u nazeggen. Er is geen verwachting van ons, maar van God de Heere, de Vader van onze Heere Jezus Christus. Daarvan is alle verachting en hoop.
Zend, HEER, Uw licht en waarheid neder,
En breng mij, door dien glans geleid,
Tot Uw gewijde tente weder;
Dan klimt mijn bange ziel gereder
Ten berge van Uw heiligheid,
Daar mij Uw gunst verbeidt.

Dan ga ik op tot Gods altaren,
Tot God, mijn God, de bron van vreugd;
Dan zal ik, juichend, stem en snaren
Ten roem van Zijne goedheid paren,
Die, na kortstondig ongeneugt',
Mij eindeloos verheugt.

Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen.

Edit