Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-08-30 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Geen beeld van God!

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 35 :96 Deu 4:7-20 2009-08-30.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.8Mb)
2009-08-30C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.7Mb)
2009-08-30T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.8Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat is het verschil tussen het eerste en tweede gebod? 1e gebod: wie moeten we dienen; 2e gebod: hoe. 1e: de ware God; 2e: de ware godsdienst. Op geen andere wijze, dan Hij in Zijn woord bevolen heeft.

Geen beeld van God!
Hoe was/is het 1 bij de heidenen, 2 bij Israël, 3 de kerk, 4 ons leven

1
Geen gelijkenis maken en je daarvoor niet knielen en aanbidden. Hindoes kennen vele godenbeelden, afzichtelijjk soms met 8 armen. Afrikaanse stammen; of ook boeddha beelden – die zie je steeds vaker; vroeger was het ook al zo. De Grieken en Romeinen hadden beelden, afbeeldingen van mooien vrouwen en mannen. Rondborstig - de vruchtbaarheidsgodin. Demetrius maakte zilveren tempeltjes daarvan. Jes 44 maakt het belachelijk: Je hakt een boom om, de ene helft gooi je in het vuur en de andere helft kniel je voor. Een beeldhouwer uit steen of een goud- of zilversmid. Het zijn allemaal gruwelen.
Giet God niet in de vorm van een schepsel. Ook niet van zon of maan, of een dier. Plant, boom, geen vissengedaante.
Hoe komt het toch dat mensen daar behoefte aan hebben? We zijn als mensheid God kwijt sinds de zondeval, maar het godsbesef niet. De mens herschept god naar zijn gelijkenis.

2
Mozes herinnert het volk eraan. De berg dreunt. Ze hoorden een stem, maar ze zagen geen gedaante op de berg. Ook al willen wij god tastbaar hebben, binnen handbereik, een contactpunt waar jij in gelooft en dat jij aanbidt.
De wet is nog niet gegeven of het volk maakt een representatie. Hun oorringen hebben ze er voor over. Ze maakten niet ‘een afgod’, nee, ze zondigden tegen het tweede gebod. Tastbaar. We houden de Heere een feest, zei Aäron. Een cultusbeeld. Een kalf als karikatuur van de levende God. Spot.
Mozes wordt vreselijk kwaad. Later Jerobeam met zijn kalveren. Of ook de ark: als we die maar bij ons hebben, zichtbaar. Dan gaan we winnen. Een God binnen handbereik, die je zelf kunt verplaatsen.
Later – koning Hisika. Nechustan (2Kon 18:1-4) – de koperen slang, daar moest het volk op zien. Een geweldig middel. Maar ten tijde van Hizkia gaan ze die koperen slang vereren. Hiska maakt het kapot. Wat God gaf als een godsgeschenk wordt vereerd en dan moet het worden vernietigd, het kan door ons gebruik een afgod worden. Met je eigen kerkje kan dat zelfs gebeuren! Of de belijdenisgeschiften, een godsgeschenk, maar je kunt er een voorwerp van verering van maken. Alleen die Drie formuleren? Of de Statenvertaling – een mooi ding. Maar je kunt het tot voorwerp maken van verering, dan wordt het middel een doel op zich – de zuivere onvervalste Statenvertaling of… de zondagsrust – geweldig middel, maar wordt het een doel..? ‘bent u voor of tegen?’ Nee het gaat in de kerk om buiten of binnen de Heere Jezus…

Na de terugkeer uit Babel zijn er geen afgodenbeelden meer gemaakt. Titus ziet in het Heilige der Heilige niets staan, geen ark of niets. Geen één godsbeeld. Zo raar in de gedachten van de Romeinen, die Joden vereren gebakken lucht….

3
De kerk. Er kwamen heiligenbeelden de kerk in, die behoefte zit heel diep bij mensen. De meeste christenen in de christenheid zijn Katholieken en oosters orthodoxen; de protestanten zijn een kleine minderheid. RK hebben beelden en de Orthodoxen hebben iconen, schilderijen van heiligen, Christusbeelden, ook van de Drieënige God – een grijsaard boven de wolken op de gouden troon, de Zoon als een viervoetig dier, een lam en de Heilige Geest als een duif. God is ‘ver weg’ - je wilt Hem graag een beetje dichterbij halen.
Je kent misschien wel dat gigantische Christusbeeld boven Rio de Janeiro, 28 meter hoog, een 12 meter voetstuk. Vaak is het gelaat van Christus echter niet te zien vanwege de bewolking. “De levende Christus is niet van gewapend beton” was er op een bouwkeet gezet tijdens de bouw. Hij komt naar beneden van de berg af.
We waren ooit op vakentuie in Limburg. In Meerssen staat onder een crucifx:
Eer, christenmens, wat gij hier ziet,
‘t Is Christus beeld, maar Christus niet
Daarom aanbidt noch hout noch steen,
Maar Christus, uwe God alleen.

Dat klinkt sympathiek, maar Sadrach, Mesach en Abednego zouden ook voor dat beeld niet gebogen hebben.
Luther zei – eerst de beelden uit de harten en dan uit de kerk. Calvijn zei: allebei tegelijk. Als God wordt afgebeeld komt Hij altijd te kort, zei hij. Dat is waar. Je reduceert Hem.

4
Wat moeten wij met zo’n gebod. Ik maak helemaal geen beeld. Maar wel een mentaal beeld, een denkbeeld. Een verbeelding. Onze hersenen maken een beeld. We hebben alleemaal een bepaald Godsbeeld, dat is bij iedereen een beetje anders. Het licht er bijvoorbeeld aan, of u man of vrouw bent. Uit welk nest je komt, ‘onze lieve Heer’ of reformatisch of charismatisch. Ben je jong of oud. Hoe ben je opgevoed en wat heb je voor Godsbeeld al meegekregen. Het is altijd een eenzijdig beeld. Het is al heel wat als je je daarvan bewust bent. Er zijn jongeren die hebben een godsbeeld zonder ogen – Hij ziet het toch niet. Of Hij heeft geen oren: o ik bid wel maar ik heb nog nooit antwoord gekregen. Of geen handen – ik roep maar Hij helpt niet.
Sommigen hebben een beeld dat altijd goed en aardig is, te goed om iemand te straffen - dat komt bij de satan vandaan. Je zult de dood niet sterven als je die vrucht eet…
Daar moeten we voor oppassen in onze tijd, vroeger waren er weer andere gevaren. Maar nu: God is zo lief en aardig dat er geen recht en heiligheid meer is, geen zonde en schuld die vergeven moet worden. Als een lieve grootvader.
Herman Vuistje is atheïst, maar hij houdt de godsdienst goed in de gaten. Hij heeft een vergelijking gemaakt tussen Sinterklaas en God. “Vroeger was Sinterklaas streng”, zei hij, “er was een roe en als je niet oppaste kwam je in de zak. Maar nu het een kindervriend, met grote cadeaus en zo is het ook in het cristendom geworden. Zo hebben de kerken het beeld van God gemaakt tot een vriendelijke vader-god, wat je ook uitvreet, het blijft altijd je vriend. Hij staat niet boven je, maar als maar naast je. Als een Piet zonder Roe. Hij eist niet meer en is niet meer boos, Hij bemoedigt en bemoedert en er gaat geen enkel normatieve kracht of verplichting meer van uit”. Dat zegt een Atheiost.. – vlijmscherp..
Prof vd Beek – ‘het gaat in de kerk tegenwoordig om geborgenheid, straf met eeuwig vuur past daar niet meer bij. God gelooft in jou en helpt jou je te onplooien, hij laat je zitten in een veilige comfoorzone…’

De andere kant: Vroeger, God was een strenge bioeman, pas op, Hij kijkt steeds naar je, ligt op de loer om je te betrappen en je te straffen, streng, hard, heilig en onbenaderbaar. Als je echt bekeerd bent, ben je nooit meer blij – ook dat is een beeld van de satan afkomstig. Hij zei in het paradijs, is het ook dat God gezegd heeft dat je van *geen enkele* boom mag eten - harder en strenger dan Hij is….

Beide zijn karikaturen – van God een gesneden beeld gemaakt in een bepaalde dogmatiek geperst. Zó is het. Wij willen God in een doosje stoppen, een laatje in onze hersenen zodat het kloppend is - dat is een godsbeeld, maar niet God zelf. Wij willen graag alles kloppend krijgen: ziekte in je leven. Sommigen zeggen: alles komt uit Gods hand. Gezondheid en ziekte. Simpel. Andere zeggen: ik geloof dat alle narigheid van de duivel komt. God is alleen maar goed voor zijn kinderen. Dan heb je het overzichtelijk gemaakt. Ik zeg: alle twee godsbeelden, die niet overeenkomstig de Bijbel zijn.
De scherpe randjes halen we eraf zodat het precies past. Een God op maat, waarmee je kunt leven. Maar er zitten echter rafels aan, iets ruws, eerbiedig gesproken.

Gevaarlijk is ook: ‘ik kan mij niet voorstellen dat de Heere God, als Hij besaat, mensen eeuwig in de hel laat branden - als Hij liefde is… moet je voor 70 jaar zonde eeuwig branden?’ De crux zit in “Ik kan me niet voorstellen” – dan heb jij een beeld van God gemaakt. Ik weet wat wel en niet bij God past. Hij moet zijn zoals ik wil dat Hij is. En toch zegt de Bijbel andere dingen. Hij is de schepper en de rechter. Misschein moeten we leren om wat meer te stotteren en te stamelen over God. Wij zijn klein en beperkt. Als er iets gebeurd dat we niet kunnen rijmen, dan hebben we een probleem. Maar dat is een probleem met je beeld van God, niet met Hem zelf. Verlies hem niet uit het oog.
De onderste plaats van de hel is voor die mensen die hun theorieën over God belangrijker vonden dan God zelf, zei C.S. Lewis. Hij laat zich niet inpassen in onze dogma’s. Hij is altijd een verrassend God. Oneindig groter dan die bureaula van mij. Hij gruwt van onze portretten van Hem.

Wees je daarvan bewust. En daarnaast: we hebben de Schrift waardoor we ons kunnen laten corrigeren. Soms lees je de Bijbel zo: dat was ik eigenlijk een beetje vergeten, dat U ook zo was. De God van de Bijbel, de Christus der Schriften. Gods openbaring is groter dan mijn inzicht.

‘Op geen andere wijze dan Hij in Zijn woord bevolen heeft’. Controleer regelmatig of jouw beeld nog overeenkomt met wat er in de Bijbel staat. Hoe Hij vereerd wil worden. Het is niet genoeg dat je God dient. Maar hoe geloof je in Hem en hoe dien je Hem? Anders heb je een eigenwillige godsdienst. David snapte het ook niet helemaal: 2Sam 6. Hij wil de ark halen uit het huis van Obed Edon en overbrengen naar Jeruzalem. Ik zet die ark op een spiksplinternieuwe wagen, dat is Hij waard – maar hij mocht alleen gedragen worden door Levieten. De wagen kantelt en er vallen doden. David werd kwaad op God. En vervolgens bang… Heere – ik heb het beste U willen geven. Wat zijn nou schouders van Levieten; ik had er een goed gevoel bij en ik vond het een geod idee. God zegt: gehoorzaamgheid is beter dan offerande. Gehoorzaamheid op Zijn manier.

Je moet de onderlinge bijeenkomst niet verzuimen. Dan moet je niet zeggen: ik geloof wel maar daar heb ik de kerk niet voor nodig. Ik geloof wel maar op mijn eigen manier – daar zijn al wat mensen mee verloren gegaan. Trouw niet met een ongelovige zegt de Heere. Als je dat wel doet, ben je eigenwijs. Dan kun je geen zegen verwachten. Zoekt dagelijks Mijn aangezicht. Bidden – dat hoeft toch niet elke dag perse – toch alleen als ik er behoefte aan heb….

Je eigen godsbeeld bepaalt ook je ethiek. Zo je je gedraagt, zo is je beeld van God. Als mensen bijbels leven heb ik goede hoop dat ze ook een gezond geloof hebben. Maar een slordig, wereldgelijkvorming leven - dan vereer je je eigen godsbeeld.

Het woord kwam weer op de kansel in de 16e eeuw en er kwam een beeldenstorm. Onze heilige huisjes gaan er aan. Dat is nodig in mijn leven. Voor ik het weet zit ik er net naast. Saulus wilde de gemeente uitroeien omdat de mensen van de Weg zijn godsbeeld onderuit haalden. Petrus was bekeerd en toch dacht Hij de Heere Jezus te moeten redden met zijn zwaard. Zijn Messias-beeld ging er aan. Het is andersom.
De Messias - hij kan het niet zijn want hij past niet in het plaatje dat wij er van hebben.
Ik heb een tempelreiniging nodig, dingen moeten eruit, denkbeeldenstorm…

Lewis: Jezus is de grote iconoclast, beeldenomverwerper. Heel wat ruzies en scheuringen zijn ontstaan omdat mensen dachten vanuit een eenzijdig beeld van God. In mijn kerk gaat het een beetje beter dan in jouw kerk. De Heere laat zich niet inpassen in kerk A of richting B, Hij is veel groter en veel verrassender.

Wij leven in een beeldcultuur. Je gaat wel eens naar een andere kerk in de vakantie. Hoe doen ze het daar, daar leer je veel van. Veel evangelische gemeenten werken met een beamer. Niets mis mee. Maar daar werd er achter de tekst een soort New Age-achtige Jezus afgebeeld; een surrealistische Jezus. Hij staat en wenkt en glimlacht; dat vind ik niet goed, eng. Hij komt niet door de ogen naar ons toe maar via de oren, Zijn woord. Natuurlijk kan ik het begrijpen als iemand zegt: ik kan me zo weinig bij God voorstellen - ik wou dat ik een foto had. Maar Hij heeft Zijn beeld neergelegd in de Bijbel. Barmhartig en lankmoedig en heilig en geduldig; in het Nieuwe Testament lees je wie het beeld is: de Heere Jezus. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hij is de afdruk van Mijn wezen. Mensvormig wordt er over de Heere gsproken in het Oude testament. In het Nieuwe Testament lees ik dat Hij mens is geworden.

Ooit zijn wij geschapen naar Zijn beeld, wij zijn beschadigd geraakt en toen kwam de Heere Jezus. Hem mag je aanbidden, voor Hem mag je buigen. Hem dienen als je Heer. Geen beeld van gewapend beton op een hoge berg. God is liefde, zie ik op het kruis. God is rechtvaardig en Heilig maar ook ongelofelijk genadig. De Heere Jezus werkt zo in je leven dat je een beelddrager van Hem mag worden. Niet maak een beeld van Mij, maar: Wees een beeld van Mij!
Het beeld van de Zoon gelijkvormig, zodat je zijn trekken gaat vertonen, dan wordt het gebod een gebed: als ik weer werk en ik de klas loop: maak mij een beeld van u, Heere, vol van ootmoet, liefde en trouw. O zoon maak ons uw beeld gelijk, mag ik op U lijken, Heere Jezus… ? De Heilige Geest werkt in Zijn kinderen. Als de Grote Beelddhouwer, een hamer en zaag en beitel, hij deelt soms klappen uit. Om mij te behouden en mij te behouwen, zodat ik steeds duidelijker op de Zoon mag gaan lijken. Een echte christen die op de Zoon lijkt. Onbehouwen van anture. Maar straks in de hemel zal ik eeuwig met Zijn beeld zijn verzadigd…

Edit