Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-09-27 17:00:00
ds. W. van Weelden (Oud Alblas)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Kon 17:17 1Kon 17:17-24 2009-09-27.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2009-09-27C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.1Mb)
2009-09-27T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het is goed in het huis van de weduwe van Zarfath. De Heere heeft Elia naar haar toegezonden vanuit de beek Krith naar Zarfath. Een weduwe wijst God aan om hem te onderhouden. Maar ze heeft te weinig, alleen een beetje meel en olie. Genoeg om 1 broodkoek te bakken voor haar en haar zoon en dan wacht de hongersnood. Maar de Heere heeft anders beschikt. De olie zal niet opraken en het meel ook niet, tot het zal regenen op de aarde. Daar waar tekort dreigt, blijft de zorg en hulp van de Heere. Wat was het goed in het huis van deze weduwe. Het meel verminderde niet end olie bleef op peil. Een handje vol, maar het raakte niet op. Een beetje olie, maar geen tekort. Zo leven ze daar met elkaar; de weduwe en haar zoon en Elia. We staan stil bij

De rust die God schenkt
de straf die God brengt
de vrede die God geeft

Wat een bijzondere rust in het huis van die weduwe. In Israël heerst hongersnood, maar zij hebben geen gebrek. Elke dag is er dezelfde nood en het zelfde wonder. Daar in hebben ze Gods trouw geproefd. Uit Gods hand ontvangen ook wij ons dagelijks brood. Er is genoeg om de dag door te komen. Dat alleen is al reden om, God groot te maken. Iedere dag wordt die bijzondere zorg duidelijk. Wat is God groot in het weinige. Wat een rust ontvangt Elia van Godswege. Hij wordt onderdrukt door Achab en Izebel, maar de Heere geeft hem rust. Die rust ontvangen ook de weduwe en haar kind. Een tijd van rust waarin een mens kan bijkomen en zich verkwikken. De Heere wil met Zijn gunst en liefde nabij zijn. Wanneer de Heere op deze wijze overkomt, dan is dat een tijd van vreugde, dankbaarheid en groot maken van Gods naam. De wandel van godzaligheid is in zulke dagen een aangename tijd. Elke dag komt de Heere naar Zarfath en vult Hij de kruik en de fles en wanneer zij ’s morgens wakker worden zijn zij slapende gezegend. Voor ze daar zelfs maar om hebben kunnen bidden. Hoe vaderlijk en genadig zorgt God. Zijn voorzienigheid is over de kruk en de fles. Tot in onze keukens en kasten. Wanneer de Heere ons zo onderhoudt, is er alle reden om Hem groot te maken. Looft de Heere mijn ziel en vergeet geen van Zijn weldaden. Als de Heere u zo zegent, houdt Hem dan in ere. Hij doet dat van tijd tot tijd aan Zijn kinderen. Want de Heere is een goed en goeddoend God. Wanneer de Heere ons leert om van de gave maar de Gever te zien en Hij ons hart omhoog heft, zal de Heere ons onderwijzen. Hij zorgt ervoor dat het geloof niet ophoudt. Hebt u er wel eens over nagedacht dat als u geloven mag, dat daar de hand van de Heere in is. Wat een voorrecht om in alle omstandigheden te weten: de Heere zorgt dat mijn geloof niet vergaat.
De profeet leeft in Zarfath niet in overvloed, maar heeft wel altijd voldoende. Hij mocht zich gedragen weten door de trouw van God. Net als bij de beek Krith waar dag aan dag de raven kwamen. Zo zorgt God ook nu. Zij hebben geen zorgen omdat zij verzekerd zijn bij God. Hun zekerheid ligt niet bij zichzelf, niet bij de omstandigheden maar bij de zekerheid van Gods belofte!
U zult niets tekort komen, want de Heere heeft het beloofd. God zorgt voor u, u ligt voor Zijn rekening. Elke dag leven bij het wonder van God; Gods goedheid niet verminderd, Gods trouw elke morgen nieuw. Daarin ligt de verzekering die wij mensen nodig hebben. Zoals Paulus later schrijft: want ik ben verzekerd dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van Christus. Wat een voorrecht als iemand zijn zekerheid mag vinden in de belofte van God. Te zien dat God Zijn Woord waar maakt. Wij zien hier de weg die God met Zijn kinderen gaat. Er is geen overvloed, de fles loopt niet over en er ligt geen meel opgeslagen, maar er is genoeg voor elke dag. Bij de Heere ligt het vast. Voedsel voor 1 dag tegelijk. Zij leefden dagelijks in afhankelijkheid. Een dagelijkse opdracht en oefening van het vertrouwen. Vertrouw op de Heere want Hij zal het maken. Niets bij jezelf te hebben, maar leven uit genade. Geen voorraadschuren vol, maar vertrouwen op God dat Hij geeft wat Hij belooft, want Hij is een Waarmaker van Zijn Woord; Hij zal het ook doen. Ik lag en sliep gerust van 's Heeren trouw bewust…..zo is er rust door God geschonken. Gemeente, u verstaat de toepassing wel: mag u dit nu kennen? Weet u in uw leven van die dagen waarop de Heere zorgt en Hij het goed maakt met zichzelf? Het is belangrijk om te weten nadat wij niet tevergeefs op de Heere aanlopen. Dat er vrijmoedigheid mag zijn om toe te gaan tot de troon der genade. Wat een voorrecht wanneer wij de zekerheid vinden in de belofte van God. Diep van binnen te weten: God houdt zich met ons,met mij bezig. Rusten in Zijn trouw.


Maar dan wordt de zoon van deze weduwe ziek. Hij sterft. De vrouw die zo door de Heere ondersteund is, houdt haar kind dood op schoot. Er is geen adem in hem overgebleven. De levensadem is weg. De straf die God brengt. Misschien schrikt u wel van dit punt. De verbinding tussen dood en straf ligt nogal gevoelig. Wij zien daar Gods hand niet zo in, al belijden wij mijn tijden zijn in Uwe hand. Maar Mozes bijvallen dat wij vergaan door Gods toorn en door Gods grimmigheid verschrikt worden…dat is een contrast. Wat een contrast in onze tekst. Midden in de mooie en aangename dagen, toen Gods liefde en nabijheid ondervonden werden komt er nood en dood. Ze werden dag aan dag voor de hongersnood bewaard, maar nu houdt ze hem dood in de armen. Een straf, niet een algemene waarheid. Het is een persoonlijke zaak; de Heere heeft haar hart verbroken. Want het dierbaarste wat ze bezit, haar kind, houdt ze dood in haar armen. Ze zit verslagen in haar huisje……wie ziet hier de barmhartigheid Gods? Als ze niet verder zien dan voor ogen is, past ons bescheidenheid. Wij zijn niet geroepen om telkens de sleutel te zoeken om de daden van God in het leven van Zijn kinderen te verklaren. Wij worden opgeroepen tot geloof. Al Gods doen is waarheid en Zijn doen is recht, zo mogen wij geloven. Wij worden opgeroepen om op de Heere te vertrouwen, ook in het donkerste uur. Wie ziet hier de barmhartigheid van God? In dat donkerste uur waarin zij haar zoon op schoot heeft, leert ze de Heere kennen. Kende ze Hem dan niet? Hij had haar elke dag onderhouden en zij zorgde voor Zijn knecht. Deze vrouw kende wel Gods goedertierenheid en Zijn liefde, maar zij kende niet de rijkdom van Gods genade. Zij mocht zich wel verheugen in de veelvuldige zegeningen die God schonk, maar stond stil op de weg van de zelfkennis. Ze leert nu hoe het werkelijk zit in het leven van deze vrouw. Ze had vriendschap met God, maar zonder middelaar, zonder borg. Zo’n vriendschap heeft geen vastheid en rust meer op zelfbedrog, gevoel en geen waarheid. Kennis van God en zelfkennis gaan hand aan hand. Wanneer wij denken met God te kunnen verkeren op basis van vriendschappelijkheid, zoals deze vrouw, die niet ontdekt had wat er leefde in haar eigen hart………Die leeft op zandgrond. Jarenlang in de kerk, jarenlang in de kerk, denken dat het wel goed zit, omdat de Heere u ook voor dit tijdelijke leven ondersteunt………maar bouwend op zandgrond. Tegelijk ligt hier een liefelijke uitnodiging. Wij worden uitgenodigd om op een fundament te bouwen. Eerst de diepte in, ook geestelijk. Het zal eerst de diepte ingaan; we zullen ontdekt worden aan wij zijn. Deze vrouw wordt ontdekt aan zichzelf. Zij ontdekt dat er in haar geen enkele reden is, dat haar onverdiende genade geldt. Dit te ontdekken waarom God in haar leven komt. Dat is ook het doel waarom God in haar leven komt. God wil ons leren dat we niet op onszelf moeten zien, niet op de omstandigheden, maar op de Heere Jezus alleen. Als u dat niet doet en een tijd met uzelf doortobt, dan moet ik u ernstig waarschuwen. Dan weet je niet wat er voor liefde leeft in Gods Vaderhart voor verloren zondaren die wij zijn. Deze vrouw wordt bezocht door de Heere. Ze houdt haar kind dood op schoot. Haar leven is geknakt. Wij horen aan deze vrouw hoe ze de dood van haar kind aanvaardt. Als een straf. In de nood van haar leven komt haar ongerechtigheid boven. Nu ze de dood ziet, ziet ze haar zonde en gebrek. In deze dood waarin ze verslagen daar op die stoel zit met haar dode kind in haar armen. In deze nood leert zij de Heere kennen. God bezoekt haar in haar rampspoed. Zij leert dat het om haar zonden is. Zo is het voor deze vrouw dubbel zwaar. Haar kind is dood, maar haar ongerechtigheid staat levend voor haar.
Wij zien het veel liever andersom, maar in de nood komen wij onszelf tegen. Wanneer de Heere het mes zet in ons leven, drenkt Hij het eerst in het bloed van Zijn Zoon. Zij ervaart de straffende hand van God. Wat doet de Heere dan? De Heere schenkt vrede. Haar ongerechtigheid wordt weggenomen en haar zoon mag leven. Maar dat ziet zij nog niet. Ze kijkt naar Elia en vraagt: was het nu de bedoeling om mij eerst het leven te brengen en vervolgens mijn zoon te laten sterven? Ze spreekt Elia aan: wat heb ik met u te doen, man Gods? Dat uw God mij straft?Hadden we elkaar niet beter nooit kunnen ontmoeten? Waarom heeft jouw God aan mijn zonde gedacht?
Elia spreekt niet en gaat niet in op haar beschuldiging. Hij staat verbijsterd. Hij heeft en geeft geen antwoord. Hier is nu de weg die God wijst. Er is geen antwoord. Hij kan deze vrouw geen troost bieden. Het is als met de vrienden van Job. Zij steunden hem door hun mond te houden. Toen ze begonnen te spreken liep het fout. Zo is het nog tot op de dag van vandaag. Er gebeuren verschrikkelijke dingen. In de diepste nood zijn wij niet met woorden gebaat. Ook Elia is verbijsterd, dat is te horen aan zijn gebed. Deze weduwe die geloofd heeft op het woord dat ik gesproken heb……….de olie en het meel waren een bewijs van de ondersteuning van God, maar wat zegt dat nu nog nu het kind gestorven is?


De vrede die God geeft……een dood kind, een verslagen moeder, een verbijsterde profeet. Moeten wij van vrede spreken? Ja, maar de Heer zal uitkomst geven. De man Gods strijdt voor Gods eer en worstelt in het gebed met de levende God. We horen hier een verrassend woord, een verblijdend woord. Geef mij uw zoon, zegt Elia. Deze woorden zijn een geloofsdaad bij uitnemendheid. Hij zegt wat nodig is. Hij is met innerlijke ontferming bewogen bij deze vrouw, weet niets uit te brengen, heeft geen woord van troost. Maar door het geloof, door de genade Gods neemt hij haar nood en dood over. Geef mij uw zoon, geef mij uw dood, geef mij uw radeloosheid. De dood van dit kind is een zaak waarvoor hij gaat pleiten bij de Heere. De vrouw spreekt niet, maar laat toe dat hij het kind van haar schoot neemt. Elia legt die dode jongen neer voor God. Hier zien wij nu het geloof. Geen verklaren maar zwijgen. Geen spreken, maar bidden. Worstelen aan de troon der genade. Deze woorden tekenen het Evangelie. Elia wijst hier op de Heere Jezus. Geef Mij uw nood en dood. Zo wandelt de Hij hier rond op deze aarde. Midden in de dood klinkt het woord van de Heere Jezus , de levensvorst. Geef Mij uw dood, uw schuld, uw onmogelijkheid. Hij weet er raad mee, Hij redt zondaren. Wij komen in ons leven niet klaar met onze zonden en schuld, maar nu komt die meerdere Elia en die roept: laat mij het doen. Laat Mij uw Zaligmaker zijn. Wat uw nood en dood ook is, laat Mij uw Redder zijn. Elia gaat worstelen om dat dode kind. Bij God zijn alle dingen mogelijk en Elia pleit. Ik laat u niet gaan tenzij Gij mij zegent……Het geloof kan God niet loslaten. Het grijpt de Heere vast op zijn Woord en op zijn eigen belofte. Wat een zaligheid ligt er in deze woorden. Hij strekt ontfermend en weldadig Zijn handen uit naar verloren zondaren. Heere, mijn God, zegt Elia. U heeft deze vrouw toch het leven beloofd? Laat toch het leven in hem weerkeren. Hij worstelt, in het vertrouwen “maar de Heere zal uitkomst geven”. Elia neemt het kind en brengt het terug naar zijn moeder. Zie uw zoon leeft. De Heere maakt het verschil in het leven van een mens. Ik hoop dat u ook mag kennen. We zien hier het werk van de Heilige Geest in het hart van deze vrouw. Ze kende de Heere als degene die hulp biedt in nood, maar nu kent ze de Heere ook als de Verzoener van haar zonden. Haar zoon leeft en het is onverdiende genade. Hij ziet het hart aan. Hij heef bij deze vrouw het wonder gewerkt in haar hart. Ze heeft gezien dat haar leven moet rusten op het werk van de Heere. Ze mocht haar hart overgeven aan de Heere. Hij maakt Zijn woord waar. Deze vrouw mag leven met de Heere, niet bij meel en olie alleen. Wat een rijk Evangelie toont ons Elia. Geef Mij uw nood, geef Mij uw nood, zegt de Heere Jezus.

‘k Zal dan gedurig bij u zijn
in al mijn noden angst en pijn
U al mijn liefde waardig schatten
wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten.
Gij zult mij leiden door Uw raad
O God mijns heils mijn toeverlaat
en mij hiertoe door U bereid
opnemen in Uw heerlijkheid.

Edit