Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-04-14 17:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)
Herbevestiging diaken J.W.H. de Reus

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 6 heb 5:1-14 2002-04-14.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2002-04-14.1712.mp3 (Catechismus, 16kPro, 0.2Mb)
2002-04-14.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)
2002-04-14.1715a.mp3 (Formulier, 16kPro, 0.3Mb)
2002-04-14.1715b.mp3 (Formulier, 16kPro, 0.2Mb)
Catechismus
Bevestigingsdienst

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het tweede deel van de catechismus, over de verlossing, begint niet met de Here Jezus; Hij wordt zelfs niet genoemd. Het gaat over straf, betalen, middelaar. Het is alsof de catechismus niet goed uit de voeten kan met de verlosing. Een voorzichtigheid is ingebouwd, gebaseerd op ervaring. Dat heeft ons ook wel wat te zeggen. Nu de tweede zondag van de verlossing is het opnieuw het 'waarom'.
Er was het gevaar van het zgn. docetisme: Christus had een soort schijn-lichaam gehad. Nee, Hij was waarachtig mens. Dat moest Hij, om ons mens zijn over te doen in onze plek. Zoon van God, ja; maar de lijdenstijd zet ons toch met name stil bij Zijn volledig mens zijn. Anders had Hij niet geland in onze situatie van echt mens zijn.
God terug te geven wat we van Hem hebben afgenomen. Hij neemt ons serieus en dus staan we werkelijk in de schuld. Ons mens zijn moet beantwoorden aan het paradijselijk beeld, mens te zijn voor God. Dat ligt niet op onze weg - verlost worden ja, van de dood, ja. Maar dit ook.
Wie ervaart dat hij God niet kan teruggeven wat hij God ontnomen heeft, krijgt een middelaar nodig, die doet in zijn plaats wat hij niet kan. Ja, ik wil dat niet...
Kom daarin mee - dit is belangrijk, dat spoor alleen komt uit bij het evangelie. Als Hij niet mijn plaats inneemt, dan red ik het niet. Resonneert dat bij u?
Tot nu spreekt de catechismus over "een" middelaar. Het beeld wordt getekend. Maar daarmee is het een zaak, nog geen persoon. De catechismus gaat vanuit de proefondervindelijke noodzakelijkheid van Christus naar de peroon van Christus. Ook wel: de toeleidende weg tot Christus. Wie nog zonder Hem kan, gaat nooit naar Hem toe.
Wie is het: Onze Here Jezus Christus. Onze. Waar we onze dood belijden breekt de zon door in volle kracht.
Hoe weet je dat dat gebeurd is? Door het licht, en dat is in eerste aanleg te horen. Hier trekt de catechismus geen stippellijntjes in, maar dikke strepen.
Redenerend kom je niet verder dan een denkbeeld - door openbaring krijg je zicht. Maar: ook al kijk je zelf niet, dan kun je de lichtval van de Here Jezus zien. Sta je echter in de zon, dan zie je jezelf (je schaduw) niet meer (die is achter je).
Wil je het doen met schaduwen, met hier en daar een heenwijzing? Of de volle openbaring van de Here Jezus? Dat maakt vol van de hemel. 'De helft was mij niet aangezegd'. Het denken van de catechismus maakt je niet zalig. De openbaring wel. De openbaring aan mijn ziel. Ik ben van Hem en Hij is van mij, zo ook het Hooglied. Die ontfermende liefde ervaar je.
Er is hier in Zondag 6 nog geen sprake van het geloof. Pas in Zondag 7. Het geloof volgt op de ervaring, en kan het daarna vaak zonder ervaring moeten doen...
Hier komen we onze val te boven. God zal ons niet begeven. Dat weet ik uit het evangelie, waar de hulplijn veranderd in een reddingslijn, de Redder. Daar weet ik dat vast en zeker.

Edit