Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-10-25 17:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag) De zegen Dienst in de Breepleinkerk

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Num 6:22-27 Psa 121 num 6:22-27 2009-10-25.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)
2009-10-25C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.9Mb)
2009-10-25T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het volk stond in de voorhof te wachten, als het bij elkaar kwam bij de tempel: De priester moest naar buiten komen. Uit het Heilige en een keer per jaar uit het Heilige der Heilige. Hij bracht de zegen mee voor het volk. Wat is dat voor een zegen en wat betekende dat? Die zegen was niet door hem of Mozes bedacht – het was een regelrechte opdracht van God zelf. Als u straks weg gaat krijgt u ook de zegen mee. De predikant mag die op u leggen. Dat zijn ook niet zijn eigen woorden. Misschien heeft het u wel eens bemoedigd, dat u naar huis ging en niet met lege handen. Onze God geeft Zijn zegen mee – de samenvatting van het hele evangelie. De Heilige naam van God spant zich als een regenboog van Gods belofte uit over het volk en de kerk. Het sluitstuk van de dienst. Zoals het een sluitstuk was van de offerdienst. Zo zult gij de Israëlieten zegenen.
De priester had eerst zelf een offer gebracht als verzoening voor het hele volk, dan pas mocht hij het volk zegenen. Daarom was het in de liturgie van Israël een aangrijpend moment. ‘Hoe stralend was hij, als een ster tussen de wolken. Als een roos in het nieuwe seizoen, als een lelie bij de waterbron’. Het volk wachtte biddend op het plein. De priester tooide het volk met de Naam van God. Hij mocht die naam uitstreken. Het mocht niet ijdel gebruikt. Wij mogen dat, eerbiedig.

Heere is het in onze taal vertaald. Jahwe. Soms is er Jehova van gemaakt. Die naam heeft te maken met het wezen van God zelf. Het hangt samen met het werkwoord zijn, met er zijn. De God van het verbond maakt zich bekend als de Getrouwe die “doet wat Ik ze,g die ben wat Ik ben en zal zijn zoals Ik met u zal zijn.
Het volk buigt zich eerbiedig neer. De zegen hangt voor ons ten nauwste samen met de prediking van het evangelie. Het hart is de verzoening. In genade wendt God zich naar ons toe en stoot ons niet af. Daar vanuit ontvangen we die zegen.
Het is maar geen liturgische formule, een plechtig woord, net als amen – nu is het klaar. Het sluitstuk hoort er heel wezenlijk bij. Het is de zegen op de prediking en het heeft het kruis als grondvest.

Zegen – wat betekent dat? In onze taal komt het woord van het Latijnse woord signum, ‘teken’. Het teken van de verzoening van God en van Zijn vergeving. Van genade en vrede, iemand die gezegend is, draagt het teken daarvan, zoals ook met de doop. Dat teken wordt herhaald in de zegen. Die gemeente is gestempeld tot eigendom van Christus.

Bekijken we de formulering in het Hebreeuws. Het is een juweel van literair vermogen. Drie zinnen. In elke zin staat de heilige naam van God centraal als een zon. Je mag die naam niet ijdel gebruiken. De Joden durven hem helemaal niet meer uit te spreken. Voor Jahwe zeggen ze “de Naam”. Maar niet-ijdel wil niet zeggen dat we die naam niet vrijmoedig mogen uitspreken. Van Hem die altijd met ons zal zijn. Er wordt een zegen uitgestrekt naar ons. Wij zijn op die genade en beschermen aangewezen.

De tekst is indrukwekkend opgebouwd, met in totaal twaalf woorden, naast drie maal Jahwe, voor alle stammen van Israël. Het is een diamant met een gouden glans, van Gods verbond en eeuwige vrede.

Waar komt zegen voor het eerst in de Bijbel voor – in Gen 1. Man en vrouw werden zo gezegend, een diepe stabiliteit, een fundament. Ook in het volksbestaan. Erg is het dat we die zegen durven in ruilen voor iets van ons zelf. Het geldt materiële voorspoed, het geheim van het huwelijk en ook aan de tafel vragen wij om Gods zegen. Ook bij biddagen. We hebben nog een Statenbijbel, op de kansel. En die heet zo, omdat de Staten, het parlement, die opdracht gegeven heeft tot vertalen. De overheid als Gods dienaresse. Er werd in een landsvergadering allereerst om Gods zegen gevraagd, dus gaf de overheid ook de kerk opdracht om een bidstond te houden in tijden van nood en ellende. Of ook een dankstond om te danken voor uitredding, u kent misschien 3 oktober - het Leids ontzet. Ze kwamen eerst samen in de Pieterskerk en God werd de dank toegebracht voor Zijn uitredding, Willem van Oranje grondde er een universiteit - om predikanten op te leiden. Om kennis van God en de zegen op het volk te leggen. Wat een zegen als de kerk zo functioneert. Biddend. Voor de oprichting van Gods koninkrijk onder alle volken, het kan ons niet egoïstisch maken ‘als ik het maar heb’, maar het maakt het mededeelzaam. Als we denken aan de Reformatie, aan het einde van elke preek van Calvijn - et touts les peuples de la terre, al de volkeren van de aarde. Daar gaat het om.

We denken ook aan Abraham: in u zullen alle volkeren gezegd worden. Daar wordt het toegespitst op de Messias. Ze moeten allemaal bekend gemaakt met de Heere Jezus.

We moeten beschermd blijven – de Heere behoedde u – het ziet op de gevaren die op eens de kop op kunnen steken. Uw leven rust in Mijn vaderlijke trouw. Wij moeten ons op Zijn vaderlijke trouw verlaten. Hij spaart ons opdat wij hem zullen leren kennen. God ziet ons genadig aan in Hem. Dat is het diepste van het behoeden. Er wordt een hand naar ons uitgestrekt. Wij zijn afhankelijk van Zijn bescherming – op zijn genade aangewezen.

De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten - In Zijn aangezicht komt meer op ons af dan de gevaren van buitenaf. Dan komen onze zonden voor de dag (de psalm van Mozes). Geen wonder dat deze zegen vervolgt – en zij u genadig. Dat is nodig. Het woord genade is tot op de draad versleten. Jongens konden vroeger op de vuist gaan: eentje ligt onder, in de houtgreep – hij wil los, maar hij moet eerst zeggen genade. Dat doet hij niet graag. Het is iets van de eigenlijke betekenis - van genade leven – niets achter de hand hebben, genadebrood eten en je schuld erkennen. Niets in jezelf en dan is daar God die ons zegent. Hij geeft ons Zijn genade. Toen Gods zoon in de wereld kwam bleek overduidelijk dat de zegen meer was dan wat wij dagelijks nodig hebben om te blijven leven. Alles wordt ons geschonken in de Heere Jezus. Omdat het licht voor Hem werd teruggenomen, daarom schijnt dat over ons. In die niet te dragen Godverlatenheid. Die liefde die Christus in Zijn kruis heeft gedragen, tot in die buitenste duisternis – dat trilt door deze woorden heen.

Wat betekent het, dat Gods Zijn aangezicht over ons verheft – met welgevallen naar iemand kijken, je om iemand bekommeren en vreugde hebben als die ander je ziet. Dat aangezicht verheffen betreft mensen in nood. God kijkt met welgevallen naar hen. Dat staat er van Jozef, die na lange jaren Benjamin zag. Toen Jozef zijn ogen opsloeg, zijn aangezicht ophief – wat een vreugde om hem weer te zien. Is dat niet veel te hoog gegrepen? Dat God zich in ons zou verlustigen als hij naar ons kijkt – als je dat durft te zeggen van jezelf…

Rechtvaardig te zijn – als je dat moet uitleggen aan je buurman. Dat is Gods opdracht om zo het evangelie te geloven en te belijden, als een genade die zo vrij is, en zo machtig – dan denk ik aan de Heidelberger zondag 23. Al is het dat mijn geweten mij aanklaagt… nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, - daar gaan je goede voornemens. – de rechtvaardigheid van Christus volkomen toegerekend. Ook de heiligheid. Alsof ik nooit zonde had gehad of gedaan. God kijkt er nooit meer naar om. Dat is het hart: rijkdom van Gods genade om niet. De rechtvaardiging van de goddeloze. Die vrucht is niet uit ons, maar uit genade. Als hij ons aanziet in de Zoon van Zijn liefde.

Calvijn zei op zijn sterfbed, als God in mijn hart kijkt dan is het vertrouwen op hem daar en dat heeft Hij er zelf ingelegd. Hij ziet mij aan in de Zoon van Zijn liefde, niet mij, maar Christus in mij. Een drievoudige zegen. Uit pure dankbaarheid een ernstig voornemen hebben om naar zijn geboden te leven. Vruchten van dankbaarheid.
Als God ons nu eens ons doorzoekt en een spoor ontdekt dat Hij er zelf in gelegd heeft, dan heeft Hij Zijn aangezicht over ons en dan heeft Hij vreugde over zijn eigen werk. Buiten ons en in ons, en dat is vrede.
Buiten God kunnen wij geen vrede houden, ook niet met onze naaste. Maar Hij verzekert ons in het teken van het sacrament, op ons voorhoofd en bij brood en wijn dat God ons genadig is. En in een leven van dankbaarheid mogen we uitzien naar Zijn eeuwige vrede. Het komt nog, maar het wordt ons ook vandaag meegegeven. De Heere verheffe Zijn aangezicht en geve u vrede. Dat is de climax van deze zegen. Zo wil God Zijn volk zegenen, een dwaas en afkerig volk, Baäldienaars. Maar Hij wil ze zegenen met vrede. Shalom – dat reikt verder dan wij kunnen zeggen in dat woord. De samenleving in rechtvaardigheid, zoals de vloek de verwijdering betekent, de versplintering, eenzaamheid. Zo is de zegen verbondenheid, gemeenschap samen zijn. Met God verzoend zijn en ook met elkaar.

Wat is ons antwoord op dat verlossende woord – dat kunnen we leren van Gideon, ga heen in deze uw kracht want Ik ben met u. – Vrede zij u, zegt God tegen Gideon, hij noemt het dankaltaar – Jahwe Shalom, de Heere is vrede. Dat is amen op de zegen. Niet de zegen aanhoren als een vrome wens, en hopen dat er iets van terecht zal komen, nee, het is aannemen, aanvaarden, uit Gods hand ontvangen, in het geloof dat het een belofte is – gegarandeerd door de trouw van God. Een waarmaker van Zijn woord. Zo zullen de priesters Mijn Naam op de Israëlieten leggen en Ik zal ze zegenen.
Die naam stempelt het volk als het eigendom van God. Het verlossende woord is realiteit, is volle werkelijkheid en wij ervaren dat meer en meer naarmate wij ons aan deze zegende God onderwerpen en ons aan Hem toevertrouwen.
Het geloof en het vertrouwen zegt er amen op. God staat er voor in. Hij maakt Zijn woord waar. Ik zal hen zegenen. God doet het. Niemand kan die zegen van ons wegnemen, de zonde niet, de duivel niet en de dood niet. Het wordt volle werkelijkheid in het land van de eeuwige vrede.

Edit