Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-11-08 10:00:00
ds. S.J. van der Vlies (Rotterdam)
Dienst in de Breepleinkerk

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jac 2:1-13 Jer 7:1-7 Jac 2:1-13 2009-11-08.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.4Mb)
2009-11-08C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.0Mb)
2009-11-08T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Stelt u zich eens voor, zo begint Jacobus 2. Een directeur komt in uw gemeente. Ook zijn vrouw maakt direct indruk, hoogopgeleid, kinderen studeren alle drie. Maar ook een jongere komt binnen, komt van de eilanden zo te horen en doet iets in de metaal en woont op de Pleinweg, 3 hoog. Fijn dat u er bent, welkom. De man en vrouw doen in alles mee, van die eenvoudige jongen weet niemand iets. Niemand sprak hem aan. Na een jaar weet nog niemand waar hij vandaan komt. Ben je dan geen rechter geworden van kwade overleggingen? Zo moet hij dat bedoelt hebben. Het komt ook bij u voor, zegt hij. U hebt de armen oneer aangedaan - u behandelt ze met minachting. Bij jullie op de vereniging. Dat hadden ze niet gedacht. Onderscheid maken dat er niet is. De een telt mee en de ander: ga daar maar achteraan zitten.
In het Oude Testament gaat het vaak om de weduwe, wees en de vreemdeling - die groep die meer aandacht nodig heeft dan andere. Mensen die alleen zijn. Misschien ook sociaal minder vaardig. Dan komt het wat dichter bij. 'Vreemdeling', dus buitenlanders, 48% in Rotterdam. Ook vreemd - omdat ze afwijken, op een andere manier gedragen en geloven. Het is niet zo moeilijk om de brief van Jacobus te vertalen naar onze tijd.

Het gaat om het geloof in de Heere Jezus. Hij gaat Jacobus nooit over en dogmatische waarheid, hij gaat direct naar de maandag, de praktische toepassing. Je houding naar nieuwkomers in dit geval. De praktijk van het leven als tetscase voor je geloof. “Behoren wij wel echt bij de Heere Jezus?” - kijk naar je zelf op maandag, dan weet je wat je geloof op zondag inhoudt.
Je mag mensen dus niet oordelen op hun uiterlijk. Onze Heer staat dat niet toe.
We weten wel dat we gelijkwaardig zijn. Juist hier zijn we elkaars broeders en zusters. Niet de een met een welkom binnenhalen en de ander met wantrouwen. Aanzien des persoons: iemands gezicht aannemen, zoiets staat er in het Grieks, als in: 'jouw gezicht staat me niet aan'. Dat kun je niet zeggen als je Jezus Christus kent. Ook niet thuis en niet in de klas.

Het gebeurt bij jullie wel. Zegt Jacobus. Jacobs gebruikt vaak een vraag. Als je onderscheid maakt, begaan je dan niet twee fouten: u denkt dat u rechter bent, dat u mag oordelen; en u doet op basis van verkeerde gronden. U kijkt maar even naar de ander en je hebt je oordeel al klaar. Zonder dat je de ander kent. En dat in de gemeente waar Jezus Christus centraal stond. Is het herkenbaar, wat Jacobus hier schrijft? Hier in de gemeente of bij u zelf? Of staat het heel ver van u af? Hoort u uzelf wel eens praten over anderen? Hoe snel je bent met je oordeel? Anders van aard of geaardheid, ze spreken een andere (geloofs)taal, ze zijn van een ander volk, of een ander milieu? Zou Jacobus vandaag de brief aan ons hebben geschreven, hoeveel mensen hebben de gemeente al niet verlaten omdat ze zich niet geaccepteerd wisten? Moet ik ook twee keer naar de kerk, word ik er op aangekeken als ik niet ga? De wereld zegt: Christenen denken dat ze het weten. Komt het omdat wij zomaar oordelen over anderen? Zijn we daarin niet een beetje gesloten, wereldwijd? En niet openstaan voor de buitenlander.
Als je gelooft in Jezus Christus kan dat niet, God staat ons dat niet toe. Wij oordelen over anderen onterecht?

Hoe moeten we met elkaar omgaan? In het vijfde vers staat dat ook God oordeelt. Hij mag dat ook: hij kiest juist voor arme mensen. Hij oordeelt anders dan de wereld. Hoe moeten we dat dan doen? Wij komen die andere mensen tegen.

Over degene die geen barmhartigheid hebben gedaan, zal een onbarmhartig oordeel gaan. Wat is het sleutel woord wat Hij zal gebruiken? Was het goed of kwaad? Barmhartigheid. Dat is de sleutel die God zal gebruiken. Als jij onbarmhartig bent geweest zal God dat ook zijn over jou, de maat die jij genomen hebt om de ander te beoordelen, zal God gebruiken om jou te beoordelen. Ben je barmhartig geweest, dan zal dat roemen tegen het oordeel. Ben ik hard of mild over andere mensen. Schrikt u er wel eens van wat u allemaal gezegd hebt, als je later de ware toedracht hebt gehoord over iets?

Naastenliefde, dat is eigenlijk dezelfde gedachte. Het koninklijke gebod. De wet is één geheel. Je bent schuldig aan de hele wet als je een deel overtreedt. Laat liefde bepalend zijn in de gemeente, barmhartigheid bepalend voor de woorden die je kiest. Laat de naastenliefde je oordeel over een ander bepalen. Liefde is kiezen voor de ander. Ook al ziet die ander er anders uit. Ook al doet die anders of een is het een vreemdeling, of vreemd.

Spreekt alzo, doet alzo, woord en daad zijn één. De wet van de vrijheid. Wij denken bij wet niet snel aan vrijheid. Het beperkt ons in je denken en doen. Hoe geeft Gods wet dan ruimte? Zondaar, zeggen we vaak. Je kunt ook zeggen ik-gericht. Zo komen we tot een oordeel over mensen. We voelen ons soms bedreigd door een ander. Maar met de wet van de naastenliefde word je daarvan bevrijd; er komt ruimte voor de ander. Dat geeft bevrijding, je bent niet meer het middelpunt van deze wereld.
Dat is het derde wat we van Jacobus kunnen leren: wordt verlost van jezelf, door de naastenliefde.


Oordeel niet; God oordeelt wel en maakt andere keuzes en ook: oordeel niet, omdat God zo onbarmhartig zal zijn over jou.
Dat is geen eenvoudige taak, daarom ben ik blij met het eerste hoofdstuk van Jacobus: indien u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere.

Edit