Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-11-22 10:00:00 ds. D. Siebelink (Reeuwijk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 122:4 Psa 122:1-9 Luc 14:15-24 2009-11-22.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.0Mb)
2009-11-22C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2009-11-22T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het gaat in deze Psalm om iemand die genodigd werd om mee te gaan; Ik ben verblijd als men zegt, kom ga mee, naar Jeruzalem. Wie hebt u genodigd vanmorgen? Wie nam u mee? Wie gaf u vreugde aan iemand? Blij bent u dat u weer terug bent in uw eigen kerkgebouw. Maar waarom is er dan een plaats leeg naast u? Of zijn er geen inwoners meer van Rotterdam Zuid die het nodig hebben om op te gaan, op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar. Op deze zondag zien wij op naar dat einde, dat een nieuwe toekomst voor ons vormt, het Nieuwe Jeruzalem. Daar gaan de stammen des Heeren op. Het is een lied van de opgang. Anderen worden genodigd, een evangelisatorische Psalm. We lazen daarom Luc 14, het verlangen van de Grote Koning. Hoe hebt u in het afgelopen jaar deze nodiging in de praktijk gebracht? Of hebt u langs de ander heen geleefd? En hebt u zelfs uw kinderen of kleinkinderen niet meer aangespoord? Ga mee naar deze stad van de vrede. Deze plek die de Heere verkoren heeft om te wonen. Niet zomaar een verzameling huizen; maar de plek waar de Heere zegent, we lezen het al bij Abraham, de koning van Salem ontmoet hem en hij zegent hem. Het is altijd de naam die uitgaat boven het alledaagse, de naam die God geeft aan zijn toekomst met zijn mensen op deze aarde.

In Exodus 23 beval de Heere dat drie maal per jaar die uitnodiging zal uitgaan op de grote feesten. Naar alle hoeken van het land klonk de nodiging, om het feest voor de Heere te vieren. Die stammen zijn allemaal naar hun eigen gebied getrokken. Allen broeders van één huis, ze wonen verspreid, maar ze worden genodigd tot het ene feest van de Koning. De stam Ruben, of Levi die overal verspreid woont, Issaschar, - hoe verschillend ze ook zijn. Ze moeten één zijn in het opgaan naar Jeruzalem. Om te gedenken wat de Heere gedaan heeft. Ook in dit gebouw wordt de ene algemene kerk beleden. Uit alle tongen en natiën. Het Oude Testament mag daarin een voorbeeld zijn. Die stammen zijn één in hun stamvader en één in hun God die hen wil zegenen en tot zegen wil stellen. Kom ga met ons en kom op, om te verscheinen voor het aangezicht des Heeren. Tot een getuigenis, in moderne vertalingen is het wat wegvertaald (“zoals de inzetting was voor Israël”), maar het ziet op het hart van de godsdienst van Israël. De Heere heeft ze tot Zijn kinderen aangenomen. Die kinderen worden opgeroepen om samen te komen rondom de ark, de troonzetel, het meest centrale van Israël. De bok wordt weggeleid in de woestijn, de zonden zijn weggedaan, zo ver het westen verwijderd is van het oosten. De Heilige God wil wonen bij heilige mensen. Hij is Immanuël, God met ons. Der mensen broeder wilde Hij worden. Dat mag gehoord en gezien worden door de stammen des Heeren. De eenheid van het verbond. De eenheid van de belofte van een nieuwe toekomst. Daarin komen de stammen op. Rondom het huis des Heeren. Om te staan, vol verwondering voor het Heilige der Heilige. Waarvan men gehoord heeft, dat wonder boven wonder deze God wil wonen bij de mensen. Hij heeft dat volk tot Zijn volk verkoren.

Overgebracht naar de kerk van vandaag - Hij komt naast je staan, Ik voor u. Ik ben u voorgegaan naar Jeruzalem. Naar die stad waar de ark staat en het bloed wordt gesprengd, verzoening in Zijn bloed brengen voor de mensen,.Het woord is het hart van dit kerkgebouw en het brood en het water getuigen van Gods hartelijke liefde jegens u, zou u dat een ander willen onthouden? Dat hij weten mag van een God die lief heeft... Kom, buurman, kom, God houd van je. Kom hoor en geloof. Dat God een verzoenend God is. Of heb je er niet eens bij stil gestaan en houden we het evangelie voor ons zelf. Omdat de ander toch niet wil, heb je hem of haar al afgeschreven? Één keer nodigen? Twee keer? Nog is er wel plaats. Kreupelen en blinden - nog een derde keer, dwing ze om in te komen, want Mijn huis moet volkomen, dat is een taak van u en mij. Gekomen uit diverse wijken van Rotterdam. De parkeerplaatsen zijn overvol mar in het huis is er nog ruimte, toch? Gods trouw is van geslacht tot geslacht. Onze ontrouw doet zijn trouw niet te niet. De doopleden horen er bij en zelfs de geboorteleden. Op het erf van het verbond geboren. De nodiging mag daarom uitgaan, ook tot geboorteleden die nooit meer horen van deze God. U weet misschien dat ik pastoraal werk mag doen in Hillegersberg - 'ja vroeger, maar ik trouwde en langzamerhand is de klad er in gekomen' - moeten we die mensen verloren laten gaan, doordat we niet nodigen? Je kameraad waar je mee naar school gaat, moet die verloren gaan doordat je nooit praat over de Heere Jezus - hoorde jij er niet bij? - kom ga met me mee... Laten we opgaan naar een God die wil dat Zijn huis vol wordt. Is de Heere niet machtig om ook vandaag bekering te schenken, of geloven we niet meer dat Hij de wereld lief heeft? Aardse dingen vallen tegen, crises op crises, welvaart glipt ons door de vingers, dan weet u toch van die stad die fundamenten heeft? Om te buigen voor de ark en geloven dat dat bloed reinigt van alle zonden?

Er mag nog gepreekt worden in ons land, het christelijk geloof wordt hoe langer hoe meer aangevochten en in een hoek gedrukt. Ik weet niet wat de toekomst gaat brengen, maar ik weet wel van de stad Jeruzalem, de stad van de vrede. Die wij niet kunnen bouwen en ook niet hoeven te bouwen. Hoe vaak je ook nodigt, het is niet ons verlangen of bijzondere inzet die hem meekrijgt - we blijven verantwoordelijk - maar het is de Heere die geloof geeft, de Heilige Geest die werkt in de harten. Het Jeruzalem komt naar ons toe vanuit de hemel. Johannes zag het en hij getuigde ervan. Onze arbeid zal niet ijdel zijn in de Heere maar dat er een plek - ja heel de aarde vervuld zal zijn met de lof des Heeren. Er zal een stad neerdalen vanuit de hemel van louter goud, louter harmonie, wel samengevat, even lang breed en hoog. Open poorten aan alle kanten. Een stad die God bouwt. Daar zal geen tempel meer zijn. Het uitverkoren volk Israël dat door de Heere werd gezocht, dat zal er zijn. Dat Jezus verwierf, het volk dat Hem buiten de Jeruzalem uitwierp, dat volk zal daar zijn. Want God doet wat Hij belooft, - Paulus zegt dat gans Israël zal zalig worden - hoe? Om Jezus wil, omwille van Hem die buiten de poort voor de overtreders heeft gebeden. Twaalf poorten en de namen van de zonen van Israël, de getuigen van Zijn geboorte, sterven, opstanding en Koningschap; van het getuigen van de apostelen en profeten zal de stad vol zijn. U bent er toe genodigd, een jaar lang en ook op deze laatste zondag, er is plaats voor je. En voor je collega's en medescholieren.

In dat nieuwe Jeruzalem staan ook de rechterstoelen, het was ook de stad van de rechtspraak, de stad van het oordeel. Open poorten, maar binnen die stad zullen niet komen al diegene die dit leven liever hebben gehad dan het opgaan naar Jeruzalem. Het gaat om een keuze waar je j voeten zet, wie zul je dienen... buiten zullen de honden en hoereerders en doodslagers zijn, de afgodendienaars. God zal oordelen naar het woord dat Hij sprak.
In Luc 14 gaat zo'n koninklijk royale uitnodiging uit. Maar die hem in de wind sloegen zullen niet binnenkomen - dat is hun eigen schuld. Je hebt de uitnodiging en de volmacht om anderen te nodigen.
God is niet wreed of onrechtvaardig - als jij Zijn liefde met haat en egoïsme beantwoord is dat je eigen keus. Als je niet opgaat naar Jeruzalem maar liever blijft in Babel de stad van die grote hoer - als je je lust en vreugde vindt in de wereld, wat zou je dan moeten doen in Jeruzalem? God zal er zijn, alles in allen. Daar is niets anders in het centrum, dan God. Het Lam zal aangebeden worden, de naam des Heeren danken, zegenen. Heere God, er is niets beter, waarin mijn ziel kan rusten dan in U. Wie heb ik nevens u...? Alles in allen. Wij zullen er wandelen in het licht van Gods aangezicht. Geen schaduw en geen duisternis. Enkel vrede, sjalom. Daar zullen we wandelen met Jezus. Met die God die ons heeft liefgehad. Zijn naam hoogachten en vereren - wat zou jij daar moeten doen, als je nu deze God niet lief hebt, dan zou je je daar een vreemde voelen en geen burger van de stad... Kom, want alle dingen zijn nu gereed. U en jij worden genodigd om je voeten daar te doen staan en belijden, Heere - waarom ik....

De stad zal vol zijn - nog is er plaats opdat je delen zult in de vrede met God, die alle verstand te boven gaat.

Edit