Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-12-06 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Heilsverwachting Voorbereiding heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 49:18 Gen 49:1-33 2009-12-06.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2009-12-06C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.6Mb)
2009-12-06T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)
Jakob

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In de Schrift vind je eigenlijk vier soorten gelovigen. Kinderen van God die een goed begin en einde hebben met een dal in het midden; David bijv. De zonde met Bathseba. Bij een tweede is het begin en het einde juist slecht maar met een piek in het midden. Bijv Gideon. In het begin als bangerik en hij eindigt met het maken van een Efod. Maar middenin overwint hij met 300 man de Mideanieten. Een derde soort beginnen goed en eindigt slecht. Dat zie je heel vaak. De goede koningen van Juda, Hiska bijv. Maar je hebt ook gelovigen die slecht beginnen maar goed eindigen. Jakob. Lest best. Van een bedrieger tot aanbidder. Zo zien we hem liggen. Heb 11 zegt dat Jakob door het geloof zijn zonen heeft gezegend en hij aanbad de Heere, leunend op de top van zijn pelgrimsstaf. Thomas Boston zegt: het leven van Jakob is als een bewolkte dag, bij avond komt de zon door en schijnt nog een poosje prachtig.

Een bergtop voor Jakob, hij mag ver de toekomst in kijken, tijdens zijn zwanenzang. Men zegt dat wanneer een zwaan sterft, hij één keer zingt. Ieder dier is dan stil. Zijn laatste geloofsbelijdenis.

Heilsverwachting

1 Voor Jakob, 2 voor Israël, 3 voor de volkeren, 4 voor mij?

1
We gaan een kamer binnen waar een man op zijn sterfbed lich. Is dat niet naar? Hij is 147 jaar en blind. In Egypte, als vreemdeling in Gosen. Een veel bewogen leven. Geschonden door de zonde, geteisterd door verdriet; voor hem de dood. Hij ligt op de grens; rondom 12 zonen. Die staan te luisteren. Aan het eind van zijn pelgrimsreis, zijn leven een leerstoel. Voor wie is dat niet zo? Rijk, wanneer je lessen mag leren.
49:1 Jakob riep zijn zonen, ik zal zeggen wat jullie wedervaren zal. Ze zijn er allemaal, dat is niet altijd zo... Hij richt zich nog een keer op. Een voor een. Ruben, kom eens hier. Spreekt Jakob? Nee, Israël. Niet het vlees, maar de Heilige Geest in Jakob spreekt. Jozef was zijn lieveling, maar de Heilige Geest is aan het woord, dus Ruben eerst, als oudste. Hij zegt dingen die hij nooit heeft durven zeggen. Goud eerlijk, Ruben zal de eerste niet zijn. Simeon en Levi - moordenaars zijn jullie geweest. Dat heeft hij niet eerder gezegd. Juda, de koningsstam, jij bent het. Dan is een adder....
Hij mag ook vooruitzien. Met jullie zonen en jullie nakomelingen, het volk Israël dat uit jullie zal voortkomen.

Het treft mij zo, dat deze man zijn zonen zegent. Dat kennen wij niet zo. Als je trouwt en als je de zending gaat, meer kennen wij dat niet. J.A. Wormsen, in de tijd van het Reveil: het was zomer 1856, had een zoontje van 11 jaar. Hij riep hem bij zich, kniel neer. Ik wil jou zegenen. Hij legde zijn handen op zijn hoofd en zegende hem. Later op zijn sterfbed doet hij het ook, bij alle kinderen, maar dat zoontje niet meer opnieuw. Ik kom veel in sterfvertrekken, maar ik heb dat nooit meegemaakt, dat dat aan kinderen wordt gegeven.
Nadat Jakob Dan een slang heeft genoemd, komt onze tekst. Dan bijt in de hielen (“akev”, verwant met 'Jakov') - hij ziet zijn eigen beeld er in. Hij verwacht zijn zaligheid. Met een reikhalzend verlangen. Hij ziet uit naar die zaligheid.
De film van jouw leven, alle beelden op het doek - alles verknoeid. Persoonlijk leven, gebedsleven, gezinsleven, kerkelijk leven, maatschappelijk leven, alles verknoeid. Geen verwachting meer van mensen; mijn hoop is op U alleen. 'Ik heb de Heere een handje geholpen - ik moest wel mijn broer en mijn vader bedriegen'. Hij zoekt het nu buiten zichzelf. Hij stelde het op zijn lievelingsvrouw en toen op zijn lievelingszoon. Maar alleen uw zaligheid blijft over en zijn zoons horen dat.

Een oude Joodse uitleg zegt: dit gaat over de Messias. Hij sprak niet met het oog op de verlossing van Gideon of Simson, dat waren tijdelijke verlossingen, maar de eeuwige verlossing, door de Messias, de zoon van David. In het Hebr “Jesjoea”! Hij wacht op Jezus, o zo helder profetisch mag Hij zien, eeuwig vooruit, op die Zaligmaker. Dat is zijn hoop en houvast, als alles Hem ontvalt. Hij hoort Kerst klokken luiden. Op die Siloh, die rust aanbrenger, stam van Juda. Geloof is al klimop, dat op zichzelf niet kan staan. Jakob houdt zich op aan de beloifte van dat vrouwenzaad.

Er zijn nogal wat predikanten die dit woord toepassen op de hemel. Zaligheid als zielenheil. Ik geloof dat niet. Die hemel was niet in zicht toentertijd. Niet zijn persoonlijke zielenheil, maar hij bidt om Gods toekomst. U hebt mij een land en een volk beloofd. Ik geloof dat ik zal opstaan uit de doden en dat ik bij u mag zijn met de Messias, de vredevorst in zijn vrederijk. Heere. Jahwe, de God van het verbond, de God van Abraham, Izak en Jakob. Die God schenkt dat heil. Jezus is grond van mijn heil. God is de bron van mijn heil. De God van Bethel.
Ik laat U niet gaan tot U mijn zegent, God sloeg hem mank, die God van liefde. Vanaf dat moment was Zijn kracht gebroken, hij had God nodig om op te leunen, anders zou hij omvallen. Niet: omdat ik tot bekering gekomen ben, kan ik heen gaan - nee: het gaat om Zijn zaligheid. Een diepe les.

Hij legde zijn voeten samen op zijn bed. Die kreupele benen. Hij heeft wat gelopen met de benen, eigen wegen, gevlucht, nu is hij uit gewandeld, uitgewerkt, ik wacht alleen nog maar dat het van Gods kant komt. Daar ligt een koningskind! Hij buigt zijn hoofd en nog even en God drukt er een erekroon op. De polsslag minder, de ademhaling, nog even een moment en Jakob gaf de geest. Jakob ging in het graf en Israël naar boven! Als Jakob geboren en als Israël gestorven. Hij werd verzameld tot zijn volk en de God van zijn volk.

2
Er staat een volk voor hem. KT zeggen: Jakob bidt om de welstand van al zijn nakomelingen. Verlossing voor het volk Israël in de toekomst. Ik zie een profetielijn. Gods geest laat Jakob zien wat er in de toekomst gaat gebeuren met zijn volk. Tot in de verre toekomst, de wederkomst van de Messias. Vers 18 is maar drie woorden in het Hebreeuws, Uw zaligheid wacht ik JHWH. Waar zei hij dat?
Als hij Dan heeft aangesproken - je zou verachten dat het na Juda zou komen, met onze logica. Hij zegt het na de zegen over Dan. Waarom? Dan is een dieptepunt hier. De geschiedenis van Jakob zal de geschiedenis van Israël gaan worden. Ruben, Simeon en Levi - een profetisch beeld van Israël in het Oude Testament. Hoererij van Ruben, geweld, moordend. Juda - de Heere Jezus die geboren wordt. Een hoogtepunt en dan gaat het weer naar beneden. Zebulon woont bij de zee - de verstrooiing onder de volkeren. Dan komt Dan. Een Adder, slangenzaad. Die donkere tijd van Dan. Er zijn verklaarders geweest die zeggen dat uit Dan de antichrist zal komen. Israël in de Grote Verdrukking. De “benauwdheid van Jakob”! In Openbaring 7: (5-8) ontbreken verzegelden uit de stam van Dan! De eerste godslasteraar kwam uit de stam van Dan. Ook de eerste afgoderij. Het Gouden kalf stond in Dan. Die tijd die zo benauwd zal zijn - dan volgt: Uw zaligheid wacht ik. Redding bij God zoeken ze, niet bij de Verenigde Naties, niet bij het eigen leger en knapheid, maar een roep om de Messias.
Wat u er mee doet, doet u, maar ik vond het een treffende lijn. De vervulling ligt in de toekomst.

3
Het gaat naar de volkeren, het blinde oog van Jakob mag kijken tot op Christus, ook de Heiland der wereld. Alle geslachten der aarde gezegend. De lofzangers uit Lucas, zij krijgen ook oog ervoor. Het is ook bedoeld voor de hele wereld. Maria: laat volk bij volk tesaam'.. Simeon, de Nieuwtestamentische tegenhanger van Jakob in het Oude Testament. Hij is ook oud, hij komt door de Geest in de tempel. Hij zegt, als hij het Kind in zijn armen neemt: Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien. Waar Jakob naar uitzag, met uitgestrekte armen, met verlangen, dat heeft Simeon in zijn armen. Die ogen hebben gedropen van vreugde. Daar kun je alleen maar van zingen. Bereid voor alle volkeren.... daarom zingen we vaak psalm 98 met Kerst. Voor het heidendom ten toon gespreid. De Heere Jezus die de liefde had in Zijn hart, om in de rampzaligheid neer te dalen waar ik lag. En de macht heeft om mij er uit te trekken en mee te nemen. Volgende week avondmaal, dan denken we hier ook aan. Ziet het heil is des Heeren. Dat gebeurt er. Zoals Simeon dat kind in zijn armen nam en loofde, zo mag ik dat brood tussen mijn vingers nemen en eten en loven. U hebt het gedaan. Daarop wacht ik.
Simeon een geboren Kind in zijn armen, ik een gekruisigde Zaligmaker in mijn vingers en mijn hart.

4
Voor mij? Ik wacht van nature niet op die zaligheid. Als je die Heere net kent in je hart. Dan moet je zeggen: op Uw vonnis wacht ik o Heere. Ik wacht op de oogst van wat ik heb gezaaid in dit leven. Als je de toorn van God voelt vallen op je ziel. Hoe kom ik dan aan die zaligheid? De grond licht in Christus en de weg, dat is het geloof. De armen van Simeon die omhelzen en die van Jakob die zich uitstrekken, naar de Zaligmaker.
Advent kan voor je zelf lang duren. Wachten duurt zo lang, het kan zwaar zijn, maar ik zie hier een Jakob die niet afwacht. Er staat niet: afwachten in de zin van: ik kijk wel offer een woord valt, de Heere moet het maar doen, ik zie wel waar het schip strandt....
Hij verwacht het, levendig actief - hij weet, Hij is er nog niet maar het komt!

Heilsverwachting. Wij kennen de weersverwachting. Zal ik met de auto gaan? 90% regensverwachting, dan weet je toch; neem je paraplu mee. Jacob heeft hier 100% verwachting. Die Zaligmaker komt en ik blijf er vurig naar uitzien. Hebr 11:39: In deze allen hebben, hoewel zij door het geloof een [goed] getuigenis [van God] gekregen hebben, de belofte niet verkregen. Maar wel van verre gezien en geloofd en ze hebben het omhelsd. Dat is Advent!

Edit