Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-12-06 17:00:00 ds. J.R. Volk (Katwijk aan Zee) Een vrolijk hart vanwege advent

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 66:14 Jes 66:1-18 2009-12-06.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 3.7Mb)
2009-12-06C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 24.8Mb)
2009-12-06T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In onze tekst wordt gesproken over dingen die gezien worden. Wat de mensen toen zagen was niet direct iets om vrolijk van te worden. Eerder datgene wat ze zagen gaf reden om steeds hopelozer te worden. Rondom hen zagen ze Babel, de wereldmacht, nog steeds onaangetast in zijn grootheid en heerlijkheid. Babel dat sterker was gebleken dan Israel, het volk van de Heere. In dat verblijf in Babel zagen ze de afwezigheid van de Heere. Het ergste dat ze konden zien, het afgewende aangezicht van God.

In onze tekst gaat het niet over wat ze voor ogen zagen. Het gaat hier over dingen die gezien *zullen* worden en waarover hun hart vrolijk zal zijn. Dingen die de profeet Jesaja hen verkondigt in de Naam van de Heere. Is dat niet het wezen, de heerlijkheid van het evangelie dat totaal haaks staat op de zichtbare werkelijkheid? De zichtbare werkelijkheid zegt dat het donker is en al maar donkerder wordt. De zichtbare werkelijkheid zegt: ‘Er is geen licht meer’. Het evangelie komt uit het hart van God, het eeuwige welbehagen. Dat spreekt van Licht, dat sterker is dan de duisternis. Dat is Christus, dat begrijpt u wel.

Jesaja verkondigt dus dat er dingen gezien zullen worden, waardoor het hart vrolijk zal zijn. ‘Zoals een moeder troost, zo zal Ik u troosten’. Wat is die troost? Waarmee troost nu een moeder haar bedroefde kind? Als moeder weg is voor boodschappen en ze is wat langer weg dan hoort ze het al als ze thuiskomt: het kind schreeuwt! Hoe troost zij het dan? Ze doet dat met zichzelf. Ze zegt: ‘Ik ben bij je hoor’. Zo zal de Heere het doen. Het volk dat nu gebukt gaat onder de afwezigheid van de Heere zal getroost worden door Zijn aanwezigheid.

Onze tekst begint als volgt: ‘En gij zult MIJ zien’. Dat staat er niet, zult u zeggen. Er staat : ‘En gij zult *het* zien’. Dat 'het' staat schuin gedrukt, het is er later bijgevoegd. Er kan dus ook staan: ‘En gij zult *MIJ* zien’.
Jesaja zegt: Ik zal de vrede over hen uitstrekken als een overlopende rivier. Dit alles spreekt van de redding van Israël uit het land van de vreemdelingschappen. Waarom zullen ze die zegeningen ontvangen? Omdat de Heere nu al naar hen toekomt in Christus. Zijn advent.

Het is niet om dat volk dat Hij nabij komt, maar het is om Christus. Die Christus, Wiens komst was om de reden van die afwezigheid van God ten aanzien van Zijn volk weg te nemen. Die reden was de zonde. Dat nam Christus weg door Zelf tot zonde te worden.
Christus Zelf heeft geweten wat het is dat God afwezig is en zeer verre is. De apostel zegt het in de Hebreenbrief zo: Dat Christus een weinig minder geworden is dan de engelen. Daarin, dat Hij dat aangezicht van God drie uren lang niet zag, in de Godverlatenheid aan het kruis. Op dat moment was er geen troost voor Christus. Zo maakte Hij het mogelijk dat een zondaar, u en jij, God zou zien.

Daar gaat aan vooraf dat God jou zou zien. Dat lezen we in ons teksthoofdstuk: ‘Op deze zal ik zien, op de arme, de verslagene van geest’. Waar gaat het nu om? Dat u en jij met je schuld bij deze Christus terechtkomt. Waar je door het geloof met Hem verenigd wordt zal het vervuld worden: ‘Gij zult Mij zien.’ Dan zal je in verwondering zeggen: ‘Ik mag U zien, want U zag mij’. God is er weer in mijn leven, mag u dan zeggen.
Weet u wie dat verstaan heeft? Simeon. Een oudere man, althans, dat nemen we aan. Hij stond daar in de tempel met het kindeke Jezus in zijn armen. ‘Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien’. Daarmee bedoelde hij: Uw nabijheid. Want hij verwachtte de vertroosting van Israël.
Dat U mij nabij gekomen bent en mijn volk weer nabij gekomen bent, nu kan ik sterven.

Ik denk nog even aan dat kind dat door die moeder werd getroost. Er was droefheid. Waar moeder dat kind troost en op schoot trekt heft moeder die droefheid op door haar nabijheid.
Zo is dat nog. Geen groter vrolijkheid in het hart van een man, een vrouw, een jongen of een meisje als God je nabij is. Een verzoend God in Christus. Niet alleen maakt dat het hart van een mens vrolijk, maar dan zegt Jesaja: ‘Uw beenderen zullen groenen als het tedere gras’.

Er staan hier twee zaken tegenover elkaar die absoluut elkaars tegengestelden zijn. Beenderen zijn het teken van de dood. Het tedere gras het teken van nieuw leven.
In Babel was Israël niet meer dan botten. Dat zien we meer in het Oude Testament. In Ezechiël, het visioen van het dal van de dorre doodsbeenderen.
Er is geen verwachting voor Israël in Babel. Jesaja zegt echter: ‘Het zal levend worden als het tedere gras’. Bij teder gras moeten we denken aan het voorjaar in Israël. Een dorre woestijn, waar regen en warmte op volgt. Het wordt één schitterende bloemenzee.

Zo zegt dit beeld, waar de Heere weer tot Israël komt, dat er dan weer leven en schoonheid komt. Als de Heere naar je toekomt, daar haalt Hij je uit de doden op. Daar komt elk getroost christen vandaan. Hij maakt je leven nieuw. Zoals een duif door het zilverwit, en het goud dat op haar vederen zit. De duif wordt verlicht door de zonnestralen en is zo mooi. Zo is het ook met die kerk. In zichzelf botten, door Christus zult gij door het Goddelijk oog belonkt weer met uw schoonheid pralen. Dat is het wat de Heere met je leven doet. Als Hij, jonge vriend, je in Christus nabij komt.

Dat heeft ook zijn betekenis voor Israël. Als je in Israël komt bij de muur zie je ze bidden. Dat doet je pijn, verdriet. De Heere zal maken dat het volk zal komen tot erkentenis, dat Jezus is de Christus.
Waar blijkt het leven uit God uit? Dat je gaat roepen tot de Heere en gaat leven met de Heere, dat je de Heere boven alles gaat liefhebben.

Ten slotte heeft deze tekst ook nog wat te zeggen over de uiteindelijke toekomst, de toekomst van onze Heere Jezus Christus. Dan liggen daar die miljoenen, miljarden beenderen in de aarde. Ze zullen groenen als het tedere gras. Dat zal die grote wederopstanding zijn.
Dan zal het hart vrolijk zijn. Het hart van allen die Christus verwachten tot zaligheid. En gij zult Mij zien. Er zal vreugde zijn bij het zien van de Heere. Dan zal het eeuwig troost zijn die bestaat in de eeuwige nabijheid van God. Zal u, zal jij erbij zijn?

Zij zullen Hem zien, op wie Hij zag. ‘Zij daarin tegen zullen beschaamd worden’. Wie zijn dat? Dat zijn die mensen die niet beven, niet door de knieën gaan voor het Woord. Nu zegt er misschien vanmiddag iemand: ‘Ja, dat doe ik, beven voor Zijn Woord. Daarom, zal het ooit nog gebeuren dat mijn beenderen zullen groenen als het tedere gras’.
Denk aan het woord gesproken tot hopelozen ‘En gij zult Hem zien’. Waarom dan? Omdat Hij gezegd heeft: ‘Op deze zal Ik zien’.


Lof zij U, Christus in eeuwigheid.

Edit