Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-12-13 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Hoe groot zijt Gij! Bediening heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 1:32 Luc 1:26-33 2009-12-13.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.2Mb)
2009-12-13C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.2Mb)
2009-12-13T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 13.0Mb)
De lofliederen uit Lucas

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Gabriel mag aan Maria de geboorte aankondigen van de Heiland. Hij legt de nadruk op Zijn Groot zijn. Wij zingen van het Kindeke klein en teer. Maar Hij zal Groot zijn, deze zoon van David. En van God. Wij moeten nooit neerkijken op een wiegje. Wij kijken als kleine, zondige, nietige mensen vol bewondering op naar het Kind, omdat Hij een goddelijk Kind is. Ik wil met u nadenken over de grootheid van de Heere Jezus. Hij zal Groot zijn. Het is een profetie die nog niet helemaal uitgekomen is. De Heere Jezus is voor de harten van Zijn kinderen de grootste van allemaal. Hij draagt de banier boven 10.000. Talen van engelen en mensen kunnen niet vertolken hoe groot Hij is.

Hoe groot zijt Gij!
1 In zijn zoonschap 2 Zijn koningschap 3 Zijn Middelaarschap

Deze. Aanwijzend voornaamwoord. Gabriël staat bij een jong meisje. Hij wijst niet op zichzelf en ook niet op Maria. Diegene die ik net heb aangekondigd. Het vrouwenzaad, de Messias. Dat gaat in tegen ons bestaan. Wij zijn mensen die groot en hoog willen worden. Toen Adam viel, wilde hij als God zijn. Het zit er bij ieder van ons in. 2 jaar zo vroeg begint het. Jantje kan het zelf… Later als ik groot ben wil ik…. Wij doen er aan mee – je kinderen groot brengen. Als volwassene wil je hoger op, desnoods met vuile handen.
Maar Deze zal groot zijn. In H1:15 staat van Johannes, dat hij groot zou zijn voor de Heere. Maar de koning zelf is nog veel groter…. De Heere Jezus is meer dan Salomo is zijn wijsheid, meer dan Job in zijn geduld, sterker dan Simsom in zijn kracht, zoals de zon krachtiger is dan alle andere hemellichamen.

1
Zijn zoonschap, zijn persoonlijkheid, een goddelijk Kind. Wat zal er van ons kindje worden, zeggen we dan. Als je voor een dubbeltje geboren wordt, bereik je nooit een kwartje. Wat hier geboren gaat worden is goud. God wordt mens en het schittert. Maria bewaarde alles in haar hart. Ze zal ook wat hebben gedroomd en gefantaseerd over dat kind.
Simon zette haar al op de grond – er zal een zwaard door je ziel gaan. Hij zocht niet de troon en de kroon, maar het kruis. Het gaat zo veel anders in het koninkrijk – Gabriël, je hebt je vergist, volgens ons. Wat is er van terecht gekomen van dat woord?
Wij hebben er romantiek van gemaakt - maar wat is er voor grootheid aan Zijn geboorte? Duifjes als offer. Een paar herders op het kraamfeest. In de tempel was er weinig belangstelling. Toen Jezus besneden was zeiden de priesters vast ‘doorlopen, de volgende graag…..’
Is Zijn leven dan zoveel groter? 12 discipelen. Hij heeft geen plek om zo’n hoofd neer te leggen . Boot en ezel moet Hij lenen, zelfs het graf is niet van Hem. En zoals Hij eindigt.., zeg ik: het is mislukt, Gabriel. Het is een mislukking, geëindigd tussen twee boeven. Verkocht voor een slavenprijs.

Maar voor het oog van het geloof zie je juist in Zijn smadelijk dood, hoe oneindig groot Hij is. Hij is groot in het dienen. De wet van het koninkrijk. De minste zal de grootste zijn. Niet mislukt, maar volbracht; heel dicht bij ons. En Hij boog zo diep; naar ons toe, onder ons zelf. Ik prijs Uw grote naam, omdat U de weg gegaan bent die mij redding gaf ten leven. U daalde neer van de troon om mens te zijn. Van de stal naar het kruis naar het graf. Daarom prijs ik Uw grote naam…
De koning werd knecht.

Kijken we in het Oude Testament: God stuurt het meest kwetsbare wat er is, een baby’tje dat licht te huilen in een kistje op de Nijl. Dat is de verlosser. Als God na 400 jaar zwijgen, na Maleachi, Zijn Verlossing zendt, is het weer een kwetsbaar baby’tje. Grootheid van de Heere die zich openbaart in kleinheid. Heel gewoon, als Mensenzoon. Hij diende ons als een knecht.
Wij willen worden als Hij. Wie is er nederig en klein, die zal bij ons de grootste zijn. Gabriël je hebt toch gelijk, maar alleen met mijn geloofsbril op…

2
Zijn koningschap, Zijn arbeid. De Zoon van God is ook de Zoon van David. Als je een geschiedenisrepetitie hebt, moet je namen en jaartallen leren. Alexander de Grote bijvoorbeeld – flitscarrière, ook 33 jaar geworden. Machtige generaal van het Griekse rijk. Karel de Grote, Augustus de Grote. En ik lees zelfs over Herodes de Grote. Maar nooit over Jezus de Grote… grote dichters, groter denkers, grote filosofen, grote hervormers, grote theologen, maar de Heere Jezus is de Grote Koning - wat zie ik daar van vandaag?
O zoon van David ontferm u over mij, hebben sommigen geroepen van Zijn tijdgenoten, die hebben iets gezien. Het bordje boven Zijn kruis – Jezus van Nazareth Koning der Joden, alleen de moordenaar aan het kruis ziet Hem in Zijn waardigheid: denk aan mij, Heere. De grote overwinning, behaald over de duivel en de zonde.
Onderschat Zijn macht niet. Er zijn geen onmogelijkheden voor Hem. Hij is machtig. Hij vindt geen onderdanen, maar Hij maakt ze. Daar zorgt Hij gelukkig zelf voor. Als Hij moet wachten tot jij komt, dan kom je nooit! Je hebt altijd wel een excuus. De koning heeft me gebracht in Zijn binnenkamer! Groot als overwinnaar, ook over jouw verzet! In de veelheid van Zijn onderdanen schittert de Koning.
Toen ik hier pas kwam en ik zag al die stoelen gevuld aan de Tafel, dacht ik – wat een hoop, zijn dat echt allemaal kinderen van God? Maar nu denk ik: of het echt is of niet, daar gaat God wel over, maar alleen het feit dat er zoveel zijn, vind ik zo geweldig… want aan de volheid van de onderdanen zie je Zijn heerlijkheid.

God zal Hem de troon van Zijn vader David geven, dat is nog niet gebeurd! Het is wel duidelijk waar die troon stond: In Jeruzalem. Dat komt nog, Zijn volk gaf Hem die troon niet. God gaat Hem die troon geven. Hij is de rechtmatige troonopvolger. We moeten dat niet vergeestelijken. Niet zeggen, het huis van David, dat is de kerk. Dat staat er niet. Of dat die troon in de hemel zou staan, waar leest u dat, dat die troon verplaatst zou zijn? Inlegkunde. Waar Gabriël het over heeft dat gaat nog gebeuren. Waar zit Hij nu? Niet op de troon van David, maar op de troon van Zijn Vader in de hemel. Nu is er een gemeente die Hij vergadert. Verbonden met het hemelse hoofd. En als Hij terug komt zal hij zitten op de troon van Zijn vader David en dan zal Israël, het aardse volk, tot Hem bekeerd, Hem dienen. Nou dat is nog niet gebeurd. Toen Hij verworpen is, en naar de hemel gevaren, toen is in 70 na Chr. de tempel verwoest en het volk verstrooid. En toen het wonder van genade in 1948, toen kwam het terug. Maar de Heere Jezus heeft nog niet gezeten op de troon van Zijn vader David, dat komt en zijn koninkrijk zal geen einde hebben. David was ca 40 jaar koning. Maar de Grote Davidszoon - aan Zijn koninkrijk zal geen einde zijn, ook niet in de breedte van de wereld. Ps 72. Tot het einde der aarde. En tot in de lengte van de tijd. Het wordt door geen ander overgenomen; Christocratie. Eeuwig.

De toekomst van dat Kind zal zo groot zijn. Die grootheid, dat geweven wordt in de moederschoot, dat heeft de wereld nog nooit gezien, en dat gaat gebeuren en daar verlangen wij naar. Wij verkondigen de dood des Heeren tot dat Hij komt. Kroont Hem met gouden kroon. Dat gaat gebeuren.
U bent de Heer van hemel en aarde, waarlijk zoon van God. Engelen buigen voor U straks een volk en nu al de Avondmaalgangers. Wat zal het zijn als de Heere Jezus terug komt en de Gouden Poort open gaat, en de kindertjes zingen Hosanna voor de Zoon van David!
Is Hij groot voor u hart? Dan is er wat in uw leven gebeurd! Hoe wordt Hij groot? Hij ZAL groot zijn, zegt de engel als een belofte, maak die belofte waar bij mijn kinderen, Heere! Hij moet wassen en ik minder worden. Dat is de weg. Ik ben niet waard om Zijn schoenveters los te maken. Zo klein was Johannes voor Jezus. Als Hij groot wordt, word ik klein dat gaat altijd samen op. Hij werd meer, en toen Hij ging door werken werd ik klein. Dat is de weg waar alle christenen mee te maken krijgen. Hij op de troon en ik aan zijn voetbank, maar dat is een goed plekje! Hij heeft het voor het zeggen, ik luister.

Geloof is als een verrekijker. Ik kijk niet naar die verrekijker – heb ik nou wel of niet geloof? Daar gaat het niet om. Je moet het voor je oog houden en door die kijker zie je Hem. Wat ver af is en vaag en in de verte – dat komt dichterbij en wordt scherp en groot en het wordt heerlijk. Je kunt alles weten, maar op afstand. Maar het geloof zie je hoe groot Hij is.
Ik mag u vanmorgen een vergrootglas voorhouden, maar je moet wel kijken, zelf. Zijn lichaam gebroken, Zijn bloed dat mij bevrijdt.

3
Die miljoenen eens zaligen zal. Twijfel niet meer aan Zijn grootheid, Deze zal groot zijn. Zijn liefde bijvoorbeeld, daar raak je niet over uitgedacht. Ongevraagd alles gedaan, neergedaald in de godverlatenheid, om mij daaruit op te tillen. Hij wilde liever sterven dan mij verloren laten gaan.
Die liefde die stroomt uit Zijn bloedende wonden. De verdiende straf (voor mij). De schuld betaald. De grote breuk heel gemaakt. Je kunt er alleen maar van zingen.
Tot redding van mensen.

Denk dan ook over de grootheid van Zijn kracht. Het kruis is leeg en het graf is open. We vieren Avondmaal op de Opstandingsdag. Hij is God bekleed met macht. Overwinnaar. Er zijn geen grenzen aan. Trek mij met Uw kracht.

Groot in Zijn gewilligheid. Zou Hij mij wel willen hebben? Zit maar liever in over: wil ik eigenlijk wel…

Schrikt het u af, die majesteit? Hij zit nog op een genadetroon, nog geen witte oordeelstroon. Die genade is te verkrijgen en die wil Hij graag kwijt aan jou. Twijfel niet aan Zijn liefde, macht en gewilligheid.

Er was eens een oude man, een slaven kapitein, John Newton (bekend van “Amazing Grace”). Tot bekering gekomen. Predikant geworden. Aan het eind van zijn leven wordt hij dement. In een helder ogenblik zegt hij: ik kan niks meer onthouden,maar twee dingen vergeet ik niet: dat ik een grote zondaar ben en dat Jezus een grote Zaligmaker is. Dat zat in zijn hart en niet in zijn hoofd. Als u daar amen op kunt zeggen, bent u hartelijk welkom, vanmorgen.

Mij ziel maakt groot de Heere, zei Maria.

Als ik bedenk, hoe God Zijn Zoon niet spaarde,
maar Hem deed sterven, dan is 't mij te groot!
hoe 's hemels Koning stierf voor mij op aarde.
mijn zonde boette door Zijn bitt're dood:

Hoe groot zijt gij….

En als Hem straks een juichtoon zal begroeten,
als Hij mij van de tafel thuishaalt, in Zijn heerlijkheid!
Dan werp ik mij aanbiddend aan Zijn voeten,
en roep het allen toe, hoe groot zijt Gij!

Edit